Ondanks de beschikbaarheid van verschillende klassen geneesmiddelen voor de behandeling van depressieve en angststoornissen, zijn er een aantal klinisch belangrijke onvervulde behoeften, zoals een hoge prevalentie van resistentie tegen de behandeling, partiële respons, subsyndromale symptomatologie, recidief en terugval. Met de goedkeuring van atypische antipsychotica, die geassocieerd worden met een lagere schadelast door bijwerkingen dan typische antipsychotica, is het overwegen van hun off-label gebruik voor de behandeling van affectieve stoornissen en diverse andere psychiatrische stoornissen een haalbare optie geworden. Er moet echter rekening worden gehouden met de “black box warning” van de Amerikaanse FDA, die aangeeft dat atypische antipsychotica het sterfterisico kunnen verhogen, vooral bij ouderen met een aan dementie gerelateerde psychose. Er is veel giswerk geweest over het nut van deze atypische drugs om de traditionele antidepressiva therapie te vergemakkelijken, hetzij in combinatie (vanaf het begin van de therapie) of als aanvullende therapie (in het geval van gedeeltelijke/onvolledige respons). Op dit moment is er echter weinig bewijs beschikbaar uit gerandomiseerde, placebogecontroleerde onderzoeken, en een formele risico/baten beoordeling van het gebruik van deze middelen bij een niet-psychotische patiëntenpopulatie is nog niet mogelijk. Als een representatief middel uit de atypische antipsychoticaklasse met een nieuw werkingsmechanisme en een relatief lage schadelast, vormt aripiprazol een interessante potentiële behandeling voor depressieve en angststoornissen. In dit overzicht richten wij ons op de beweegredenen voor het gebruik van aripiprazol bij deze stoornissen. Preklinische gegevens suggereren dat aripiprazol een aantal mogelijke werkingsmechanismen heeft die belangrijk kunnen zijn bij de behandeling van depressieve en angststoornissen. Dergelijke mechanismen omvatten de werking van aripiprazol op serotonine (5-HT) receptoren als een 5-HT1A partiële receptor agonist, een 5-HT2C partiële receptor agonist en een 5-HT2A receptor antagonist. Aripiprazol werkt ook als een dopamine D2 partiële receptor agonist, en heeft een mogelijke werking op adrenerge receptoren. Verder heeft aripiprazol mogelijk neuroprotectieve effecten. Klinische studies tonen aan dat aripiprazol nuttig kan zijn bij de behandeling van bipolaire depressie, depressieve stoornis, behandelingsresistente depressie en mogelijk angststoornissen. Klinische gegevens suggereren ook dat aripiprazol mogelijk minder bijwerkingen heeft dan de andere atypische geneesmiddelen. Toekomstig onderzoek kan het potentiële nut van aripiprazol bij de behandeling van depressieve en angststoornissen bevestigen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.