Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de theoretische en empirische vooruitgang in de studie van het paren bij de mens gedurende de laatste decennia. Vroegere pre-evolutionaire formuleringen stelden dat mannen en vrouwen identiek waren in hun paringsmotivaties. De meeste waren simplistisch en gingen uit van één enkel motief voor paring: het zoeken naar gelijkenis, gelijkheid of complementariteit. Gezien de grote sekseverschillen in de menselijke voortplantingsbiologie, met name het feit dat vrouwen de lasten dragen van interne bevruchting en een grotere verplichte ouderlijke investering, zou het buitengewoon onwaarschijnlijk zijn dat evolutie door selectie er niet in zou slagen sekse-gedifferentieerde paringsstrategieën te smeden. Empirisch onderzoek van de afgelopen 15 jaar heeft de evolutionaire voorspellingen op het gebied van verlangen naar seksuele variëteit, het belang van vruchtbaarheidssignalen, en het belang van het voorzien in hulpbronnen, krachtig bevestigd. Recent onderzoek heeft een verborgen kant van de seksualiteit van vrouwen aan het licht gebracht – een verlangen naar extra-paar partners en de voorwaarden waaronder dit verlangen tot uiting komt. We hebben nu de theoretische en empirische schetsen van een evolutionaire formulering van menselijke paringsstrategieën.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.