Bonnie Parker, de outlaw partner van Clyde Barrow, werd geboren in Rowena, Texas, op 1 oktober 1910, als dochter van Henry en Emma Parker. Ze had een oudere broer, Hubert (Buster), en een jonger zusje, Billie. Haar vader, een metselaar, stierf in 1914 en Emma Parker verhuisde de familie naar “Cement City” in West Dallas om dichter bij familie te wonen. Op de openbare scholen was Bonnie een ere leerlinge. Ze hield ervan gedichten te schrijven en romans te lezen. Met haar 1 meter 80 en haar gewicht zag ze er niet uit als een toekomstige legendarische crimineel. In 1926 trouwde ze met haar oude geliefde, Roy Thornton. De volgende jaren hadden ze een tumultueus huwelijk, maar ze weigerde van hem te scheiden. Bonnie werkte in Marco’s Café in Dallas tot het café sloot in november 1929. Rond deze tijd werd Thornton naar de gevangenis gestuurd voor een straf van vijf jaar. Bonnie liet “Roy and Bonnie” boven haar rechterknie tatoeëren als aandenken aan haar huwelijk met Thornton.

Zij ontmoette Barrow in januari 1930. Hun romance werd onderbroken toen Barrow een maand later in de gevangenis belandde. In die tijd schreef ze hem om hem te smeken bij zijn vrijlating uit de problemen te blijven. Begin maart smokkelde zij een pistool zijn cel in, waarmee hij ontsnapte. Na een overval werd hij in Middletown, Ohio, weer opgepakt en op 21 april 1930 naar Eastham Prison Farm in Crockett gestuurd. Hij werd vrijgelaten in februari 1932, nog meer uit op vernietiging dan voorheen; en Bonnie was meer dan ooit vastbesloten haar loyaliteit aan hem te bewijzen, zelfs door zijn manier van leven over te nemen.

Na zijn vrijlating begonnen Parker en Barrow kruidenierswinkels, benzinestations en kleine banken te beroven. In maart 1932 werd Bonnie bij een mislukte overvalpoging gepakt en gevangen gezet in Kaufman, Texas. Clyde vermoordde handelaar J. W. Butcher uit Hillsboro op 27 april 1932. Op 17 juni 1932 kwam de grand jury in Kaufman bijeen en verklaarde Bonnie onschuldig, waardoor ze vrijkwam. Binnen een paar weken kreeg ze contact met Clyde. Opnieuw waren ze op de vlucht. Het stel doodde twee agenten in Atoka, Oklahoma, waar ze een dansfeest hadden bijgewoond en op de parkeerplaats werden aangehouden. Een tijd lang zwierven ze door het Midwesten en Zuidwesten en daagden de wet uit in Texas, Oklahoma, New Mexico, en Missouri. Zij schoten een eigenaar van een kruidenierswinkel in Sherman, Texas, een burger in Temple en een andere politieagent in Dallas neer. Wetshandhavers uit verschillende staten begonnen een klopjacht, maar zonder resultaat.

Het echtpaar vestigde zich tijdelijk in een kleine stenen bungalow in Joplin, Missouri, bij Barrow’s broer en schoonzuster. Het was geen verrassing dat ze luidruchtig waren, en de buren begonnen te klagen bij de politie. Vermoedend dat dit de Barrow-bende zou kunnen zijn, reageerden de agenten onmiddellijk. Bij hun aankomst werden ze opgewacht door de vier bewoners en een spervuur van kogels. Na een bloedige schietpartij ontsnapten Bonnie en Clyde. Ze lieten nog twee dode politiemannen en zes filmrolletjes achter, waarvan veel van de beroemde foto’s van het stel afkomstig zijn.

Bonnie en Clyde reisden voortdurend, door Kansas, Missouri, Texas, Oklahoma, New Mexico, Iowa, Illinois, en Arkansas. Op 10 juni 1933 liep Bonnie brandwonden op nadat hun auto over een talud rolde in de buurt van Wellington, Texas, en werd behandeld in een nabijgelegen boerderij. Ambtenaren die op onderzoek uit waren gestuurd werden ontvoerd en later bevrijd in Oklahoma. In de buurt van Alma, Arkansas, vermoordden de twee de stadsmarshall. Later verschanste hun bende zich in Platte City, Missouri. In nog een bloedige confrontatie met de wet werd Clyde’s broer gedood en zijn schoonzus in hechtenis genomen. In januari 1934 hielpen Parker en Barrow hun maatje Raymond Hamilton ontsnappen uit Eastham Farm, waarbij een bewaker werd gedood. Op dat moment huurden het hoofd van het Texaanse gevangenissysteem en de gouverneur voormalig Texas Ranger kapitein Francis (Frank) Hamer in om het koppel op te sporen. Tegen het midden van 1934 waren Hamer en zijn medewerkers begonnen met het volgen van Bonnie en Clyde.

Een van de meest schaamteloze moorden van het stel vond plaats op Paaszondag, 1934, in de buitenwijken van Grapevine, Texas. Volgens een getuige stopte een Ford langs een openbare weg. De inzittenden van het voertuig gooiden, al lachend en pratend, whiskyflessen uit de ramen. Toen de twee snelwegpatrouilleurs hun motorfiets tot stilstand brachten om de “stilstaande” auto te controleren, richtten de inzittenden van de auto hun geweren op de agenten en openden het vuur. Naar verluidt liep Bonnie naar een van de agenten toe en rolde hem met een voet omver, hief haar afgezaagde jachtgeweer, vuurde nog twee schoten van dichtbij op het hoofd van de agent af en riep uit: “Kijk daar, zijn hoofd stuiterde als een rubberen bal. Minder dan een week later, op 6 april 1934, pleegden Parker en Barrow hun laatste moord door een agent te vermoorden in Commerce, Oklahoma. Daarna waren ze voortdurend op de vlucht, met politieagenten in de achtervolging. Ze reden in een val bij hun schuilplaats in Black Lake, Louisiana, op 23 mei 1934, om 9:15 A.M. en werden neergeschoten in een spervuur van 167 kogels. Bonnie Parker werd doorzeefd met kogels gevonden, met een machinegeweer, een boterham en een pakje sigaretten in haar hand; Clyde Barrow, nauwelijks herkenbaar, hield een revolver vast. De auto werd naar Arcadia, Louisiana, gebracht en de lichamen werden later naar Dallas gebracht. Duizenden bekeken de verminkte lichamen en de auto van de legendarische geliefden. Uiteindelijk werden de lichamen, onder luid rumoer en hysterie van het publiek, begraven in de begraafplaatsen van hun respectieve families.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.